Recensie ‘Het gezicht van de oorlog’ van Martha Gellhorn
Vertaald door Kees Helsloot en Leo Huisman voorwoord van Geert Mak
Oorlogsleed van alle tijden
door Marjet Maks
In Het gezicht van de oorlog haalt de Amerikaanse correspondent Martha Gellhorn de oorlog dichtbij haar lezers. Ze was als een terriër en zorgde dat ze overal bij was en met iedereen sprak aan het front of bij de achterblijvers. Wat haar onderscheidt van haar mannelijke collega’s, die vaak de heroïsche verhalen opschreven, gaat Gellhorn veel vaker in op het leed van de gewone mensen, die hun dierbaren verloren en wiens huizen werden beschoten of helemaal verdwenen. ‘Als oorlogscorrespondent versloeg ze tientallen grote conflicten, nergens deinsde ze voor terug. Haar hele leven was ermee vervlochten, met de grote gebeurtenissen maar ook met al die ‘kleine mensen’ die in deze historische stormen probeerden te overleven.’ Aldus Geert Mak in het voorwoord van Het gezicht van de oorlog. Haar artikelen roepen sterke beelden op van onrecht en oorlogsgeweld, dappere overleveraars en miskende slachtoffers. Beelden die we ook vandaag de dag dagelijks op de televisie zien en dat is verontrustend, want oorlog gaat nooit weg, het is van alle tijden.
Martha Gellhorn werd in 1908 in Missouri in de VS geboren en stierf negentig jaar later in Londen. Ze is een van de bekendste vrouwelijke oorlogsjournalisten van de vorige eeuw. De eerste druk van Het gezicht van de oorlog verscheen bij uitgeverij Amber in 1989. Haar reportages over de Spaanse Burgeroorlog en de Tweede Wereldoorlog zijn nu opnieuw uitgegeven door Atlas Contact, met een voorwoord van Geert Mak. Gellhorn was de eerste journaliste die rapporteerden over de verschrikkingen in het concentratiekamp in Dachau. Naast haar veelgeroemde journalistieke werk, publiceerde ze ook vijf romans. Ze trouwde in 1940 met Ernest Hemingway, maar hun huwelijk overleefde de oorlog niet. Zij zou een beter journalistiek schrijver zijn, Hemingway een betere romanschrijver. Twee sterke persoonlijkheden die in hetzelfde beroep werkzaam zijn, gaat nooit goed.
In 1937 volgt Gellhorn een paar bevriende oorlogscorrespondenten naar Madrid. Schoorvoetend begint ze op advies van een van hen te schrijven over wat ze ziet en meemaakt en ze stuurt haar eerste artikel naar Collier Magazine, dat wordt geplaatst en daarna staat ze op de loonlijst. Ze is bevriend met Eleanor Roosevelt en krijgt steeds meer aanzien als journaliste.
Die eerste reportages in Het gezicht van de oorlog spelen zich rond 1937 in Madrid af tijdens de Spaanse burgeroorlog. Haar verbijstering over de gruweldaden is voelbaar in die eerste artikelen, de observaties voelen nog wat zoekend, maar die toon – ‘scherp observerend, strak en tegelijk emotioneel, met een uitstekend oog voor het menselijk detail.’ (Volgens Mak) – zal ze de hele oorlog houden en aanscherpen.
‘De voorkant van het hotel had er wat gaten bij. De liftboy, die als hobby voorwerpen van brons maakte, was op jacht naar niet-ontplofte granaten om er lampen van te maken. Zijn vriend, de nachtportier, schilderde oorlogstaferelen op het perkament voor de lampenkappen en ze hadden het er allebei heel druk mee. Het kamermeisje zei: ‘Moet u de kamer eens zien die u eerst had’, en daar stapten we vrolijk de ruimte binnen waar alleen nog maar de toilettafel stond met de onbeschadigde spiegel, en ik vond het slaghoedje van een granaat te midden van de resten van het bureau.’
Finland is haar volgende bestemming, hier is Gellhorn getuige van de intelligente oorlogsvoering van de Finnen tegen de Russen en ze krijgen werkelijk heerlijk te eten. ‘We schudden de generaal de hand en een wachtpost leidde ons over het terrein naar een omgebouwde kerk waar eten klaarstond. Je bediende jezelf van een soort buffet. Daar lagen stapels boter op van meer dan dertig centimeter hoog en er was macaroni met kaas en vlees met een romige bruine saus en allerlei soorten brood en veel kannen melk en limonade. Dit is het buitengewone soort eten dat het leger overal in het land krijgt.’
Gellhorn doet verslag van haar reis door China en de Chinees-Japanse oorlog. Ze monstert aan op een nieuw hospitaalschip dat de invasie in juni 1944 in Normandië ondersteunt; ze gaat mee op patrouille in Italië; ze is bij het Ardennenoffensief en vliegt in een ijzig koude nacht mee met bommenwerpers boven Duitsland.
En dan volgt haar verslaggeving van de verschrikkingen die in Dachau plaatsvonden. Bij het lezen van dit soort stukken welt verontwaardiging en woede op, net zoals Gellhorn zelf voelde. ‘“De Duitsers hebben hier wat merkwaardige proeven gedaan,” zei de arts. “Ze wilden weten hoelang een vliegenier zonder zuurstof kan, hoe hoog in de lucht hij kon komen. Daarom hadden ze een wagen waar ze de lucht uit pompten. Het is een snelle dood,” zei hij. “Het duurt niet langer dan vijftien minuten, maar het is een wrede dood. Ze hebben bij die proef niet zoveel mensen gedood, slechts achthonderd. Er kwam uit dat niemand boven een hoogte van twaalf kilometer zonder zuurstof kan.”
“Wie hebben ze uitgekozen voor deze proef?” vroeg ik.
“Maakte niet uit wat voor gevangene,” zei hij, “als hij maar gezond was. Ze kozen de sterksten uit. De sterfte was natuurlijk honderd procent.”
“Het is heel interessant, vindt u niet?” zei een andere Poolse dokter.
We keken elkaar niet aan. Ik weet niet hoe ik het uit moet leggen, maar, naast de verschrikkelijke woede die je voelt, schaam je je. Je schaamt je voor de mensheid.’
Gellhorn schreef snel: ‘bang dat ik zou vergeten wat precies het geluid, de geur, de woorden en gebaren waren. Waar het om gaat in deze artikelen is dat ze waar zijn; ze vertellen wat ik gezien heb.’ Dat brengt ze zo indringend over dat soms beelden op uit films als Saving private Ryan van Steven Spielberg, of The Battle of Britain, opdoemen. Misschien wat veel om alles achter elkaar te lezen, maar dat Gellhorn gelezen moet blijven worden om het gruwelijke gezicht van de oorlog te blijven zien en te verfoeien, staat buiten kijf.
Uitgever: Atlas Contact
Auteur: Martha Gellhorn
Vertaler: Kees Helsloot, Leo Huisman
Nederlands Paperback
ISBN: 9789045052779
druk: oktober 2025
304 pagina’s
Laat een reactie achter