Recensie non-fictie verhalenbundel: ‘Viva la Vida’ van Felicita Vos

Recensie non-fictie verhalenbundel: ‘Viva la Vida’ van Felicita Vos

Ode aan de Spaanse jachthond

Marjet Maks

In Viva la Vida beschrijft Felicita Vos de verschrikkingen die Spaanse Galgo’s en Podenco’s moeten ondergaan voor ze een liefdevol thuis vinden. Deze windhonden worden massaal ingezet voor de jacht en na het jachtseizoen grotendeels gedumpt of vermoord. De Galgo is een oud Spaans hondenras, gefokt voor de jacht, vooral op hazen. Ze zijn slanker dan de Engelse Greyhound en hebben een iets andere kop. Podenco’s zijn wat kleiner, maar behoren ook tot een oud zuiver ras en zijn eveneens goede jagers. Vele tienduizenden vinden jaarlijks een gruwelijke marteldood zoals ophanging, achter een auto aangesleept worden, verhongering, uitputting en ernstige mishandeling. In het beste geval worden ze naar een dodingsstation gebracht waar ze geëuthanaseerd worden. De meeste honden worden niet ouder dan vier jaar voor ze worden afgedankt. Slechts een klein deel van hen kan worden gered.

In de ogen van de jagers zijn deze edele honden een ding, een bezit en een product zonder gevoel. Het schrijnende is dat jachthonden niet vallen onder de Spaanse wet ter bescherming van dierenrechten, die in 2023 is aangenomen. Spaanse jagers zijn wreed, het zijn macho-mannen met veel macht, die je niet voor de voeten moet lopen, want dan ben je je leven niet zeker. Rechters en politici jagen graag en dat riekt naar corruptie. Of wel, alles voor de jacht, waar veel geld aan verdiend wordt. Net als aan het stierenvechten wat ook een bedenkelijke sport genoemd mag worden.‘Galguero’s straffen hun honden soms, als ze zogenaamd ‘vals’ zijn, of wanneer ze in een race niet rechtuit naar de prooi rennen maar heel slim een kortere route nemen. Dan is de ‘eer’ van de jager geschonden. Het dier hangen ze met een touw aan een boom, op een dusdanige manier dat ze met hun pootjes net de grond kunnen raken. Zo duurt hun lijdensweg tot de dood intreedt extra lang, omdat ze langzaam stikken. ‘Traditie’ noemen de galguero’s dit.’

Gelukkig is er een actieve Partij voor de Dieren in Spanje en zijn er steeds meer zogenaamde shelters of perrera’s die getraumatiseerde en ernstig verwondde dieren opnemen. Deze shelters draaien vooral op vrijwilligers, vaak ook dierenartsen en hondenliefhebbers uit het buitenland die zich inzetten voor dit onbegrijpelijke dierenleed. ‘Vijftigduizend slachtoffers is een achterhaalde schatting. Mensen die in shelters werken, spreken over een miljoen jachthonden per jaar. Shelter-medewerkers struinen de dodingstations af om zoveel mogelijk slachtoffers te redden, maar zij kunnen deze honden alleen vrijkopen als zij ruimte hebben om ze op te nemen. De keiharde realiteit is dat shelters, vooral na het jachtseizoen, overvol zitten. Wat er dan met deze honden gebeurt, is niet moeilijk te raden.’

Felicita Vos heeft zelf verschillende getraumatiseerde windhonden geadopteerd en kent de honden als geen ander. In Viva la Vida heeft ze negentien gesprekken met ‘adoptieouders’ van de Galgo en de Podenco getranscribeerd. Zij vertellen waarom ze kozen voor dit soort honden, hoe moeilijk het soms was, maar altijd, hoeveel ze ervoor hebben teruggekregen. Hartverwarmende succesverhalen over deze bijzondere honden, die na een vaak ‘hond-onterende’ start van hun leven aan de dood ontsnapt zijn. Wat opvalt is dat deze edele, intelligente, zachtaardige en sociale, soms zwaar getraumatiseerde dieren, zoveel veerkracht hebben. In een rustige omgeving met veel geduld en aandacht knappen ze zienderogen op en geven hun baasjes zoveel vriendschap en liefde terug. ‘Een rescue-hond moet je de tijd geven. Sommige honden zijn na twee maanden gewend, andere hebben minstens anderhalf jaar nodig om op te bloeien. Die ruimte moet je ze geven. Er zijn ook honden die nooit over hun trauma’s heenkomen. Ik geef Rocket alle tijd die hij nodig heeft. Als hij straks een oude man is, zal hij zich vast minder druk maken. Hij is nu eenmaal een angsthaas met een grote mond. Hij wil zich graag stoer voordoen, maar als er bijvoorbeeld iets omvalt, dan springt hij op en raakt hij van slag door het geluid ervan.’

Dat je geduld moet hebben is een vereiste, maar dat je er veel voor terug krijgt is voor al deze hondenvrienden de reden dat ze keer op keer Galgo’s of Podenco’s adopteren en vaak niet een, maar meerdere tegelijk. ‘Ik ervaar het als een rijkdom dat ik met dertien van deze mooie zielen mag samenleven en ben dankbaar dat Sierra op mijn pad kwam en dat ik haar heb kunnen adopteren. Sierra is mijn meisje. Ze had mij al geadopteerd voor ik haar adopteerde.’

Felicita Vos bewijst de honden en de shelters een grote dienst met het doorvertellen van deze verhalen. Dat zij de royalty’s van dit boek doneert aan de Spaanse shelter Galgos del Sol, komt voort uit haar liefde voor de Spaanse windhond. Eva Quirbach heeft het boek geïllustreerd met prachtige actiefoto’s van deze honden. Laten we hopen dat er ook een Spaanse versie komt van Viva la Vida, zodat er nog meer aandacht komt voor deze gruwelijkheden juist in Spanje zelf.Hopelijk zijn er meer mensen die na het lezen van deze ontroerende verhalen ook een Spaanse Galgo of Podenco willen adopteren. Hoe dat kan, is ook te vinden in dit boek.

Auteur: Felicita Vos
Uitgever: Uitgeverij de Kring
Nederlands, Paperback
ISBNL 978946297351002
Druk 1: oktober 2025
224 pagina’s

Geef als eerste een reactie

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*