Recensie van ‘Tonio Kröger en andere verhalen‘ – Thomas Mann
Een goede eerste kennismaking
Door Michiel van den Berg
Thomas Mann geldt als een van de grote namen uit de Duitstalige literatuur. Tot zijn bekendste werken behoren Buddenbrooks, De toverberg en Dood in Venetië. Zijn oeuvre is meermaals verfilmd en blijft internationaal gelezen. Tonio Kröger en andere verhalen bevat een selectie van zes verhalen uit de periode 1898–1930, van De kleine heer Friedemann tot Mario en de magiër. De eerste vier verhalen cirkelen rond het kunstenaarschap; de laatste twee rond het opkomende fascisme.
In deze ruim dertig jaar ontwikkelde Mann zich van zoekende, door een erfenis financieel onafhankelijke schrijver tot gevestigd auteur en publiek intellectueel. Hij woonde in Duitsland en Italië, stichtte in München een gezin en publiceerde naast fictie ook politiek geëngageerde essays. Sporen van die levensloop zijn herkenbaar in de hoofdpersonages van deze bundel. In Manns visie staat de kunstenaar op afstand van de burgerlijke samenleving. Hij volgt zijn roeping, wijdt zich aan de kunst en vervreemdt noodzakelijkerwijze van het alledaagse gezinsleven. Uit zijn postuum gepubliceerde dagboeken spreekt een vergelijkbare spanning tussen artistieke discipline en familiale betrokkenheid. Altijd zit hij in zijn studeerkamer; zijn vijf kinderen durven nauwelijks aan te kloppen. Als zijn oudste zoon door zelfdoding sterft, gaat hij niet naar de begrafenis. In de bundel verschijnen overigens juist milder getekende huisvaders, weliswaar enigszins afwezig, maar niet zonder warmte.
Twee verhalen springen eruit. In het titelverhaal Tonio Kröger verbeeldt Mann de tragiek van de kunstenaar als buitenstaander. Na jaren in het buitenland keert Tonio terug naar het noorden en verblijft in een Deense badplaats. Daar woont hij toevallig het huwelijk bij van zijn voormalige schoolvriend Hans met Ingeborg, het meisje op wie hij ooit verliefd was. Vanuit de schaduw observeert hij het feest: hij verlangt naar de vanzelfsprekendheid en vitaliteit van het burgerlijke bestaan, maar weet dat hij er niet werkelijk deel van uitmaakt. Wanneer hij even later onopgemerkt weer vertrekt, blijft slechts de pijnlijke erkenning van zijn isolement over.
‘Toen zochten zijn ogen nog eenmaal hen, Hans en Ingeborg, en hij ging weg, verliet de serre en het bal en liep naar zijn kamer. Hij verkeerde in de roes van een feest waaraan hij niet had deelgenomen, en hij was moe van jaloezie. … Hij ging in bed liggen en fluisterde twee namen in het kussen, twee paar reine, Noordse klanken die voor hem de eigenlijke en oorspronkelijke vorm van lief en leed, geluk, leven, het simpele en innige gevoel, zijn thuis betekenden.’
Het verhaal krijgt extra diepte tegen de achtergrond van Manns biografie. Algemeen wordt aangenomen dat hij naast zijn huwelijk ook homo-erotische verlangens kende, die hij in zijn werk vaak verhuld thematiseerde. Daarmee krijgt Tonio’s dubbelzinnige verlangen – zowel sociaal als erotisch – een bredere betekenislaag: niet alleen de kunstenaar, maar ook de mens Mann stond op afstand van de normatieve burgerlijke orde.
In het slotverhaal Mario en de magiër verblijft een gezin in een Italiaanse badplaats, waar zij een voorstelling bijwonen van de hypnotiseur Cipolla. Deze mismaakte en autoritaire figuur onderwerpt zijn publiek aan zijn wil en ontneemt hun geleidelijk elke autonomie. Wanneer de jonge ober Mario zich uiteindelijk tegen hem verzet, krijgt het verhaal een dramatische ontlading. Mann schetst hier niet alleen een psychologisch machtsspel, maar ook een transparante metafoor voor de opkomende fascistische regimes in Italië en Duitsland rond 1930. De massale manipulatie die hij toont, heeft ook vandaag nog een ongemakkelijke actualiteit.
De verhalen dateren uit het begin van de twintigste eeuw. Ze zijn minder direct en compact dan hedendaagse fictie en ontberen de plotgedreven spanningsopbouw die moderne lezers bij korte verhalen gewend zijn. Bovendien hanteert Mann soms stereotiepe karakteriseringen, met name van vrouwen en etnische minderheden. Toch blijft de bundel de moeite waard.
Thomas Mann staat hernieuwd in de belangstelling. In 2024 was het honderd jaar geleden dat De toverberg verscheen en kwam een nieuwe Nederlandse vertaling uit. Ook Achtung, Europa! — Manns essays tegen het fascisme — werd recent heruitgegeven. De actualiteitswaarde van zijn politieke denken is evident, los daarvan overtuigt vooral zijn literaire vakmanschap: de precieze psychologische observaties, de atmosferische beschrijvingen en de gedragen cadans van zijn zinnen.
Volgens de achterflap noemde Mann Tonio Kröger zijn ‘mein Eigenstes’. Als dat zo is, vormt deze bundel een geschikt vertrekpunt om zijn werk te verkennen: hier toont zich de schrijver in zijn meest persoonlijke thematiek — het spanningsveld tussen kunst en leven, betrokkenheid en distantie.
Auteur: Thomas Mann
Titel: Tonio Kröger en andere verhalen
Uitgeverij: De Arbeiderspers
3e gewijzigde druk: 2025 (1e druk: 1973)
Uitvoering: hardcover
ISBN: 9789029555135
Aantal pagina’s: 323
Laat een reactie achter