Recensie ‘Bestiarium’ van Juan José Arreola

Recensie ‘Bestiarium’ van Juan José Arreola

Wonderbaarlijke nonsens

Door Remko Meddeler

Wie zich verdiept in het werk van de Mexicaans schrijver Juan José Arreola (1918 – 2001) is snel klaar. Uit zijn vingers kwamen in de periode 1949 – 1971 zo’n drie, vier noemenswaardige publicaties. Zijn debuut op het wereldtoneel, de verhalenbundel Confabulario (1952), ontving alom waardering in met name Spaanstalige landen. In Nederland werden de vertaalde verhalen pas begin 2018 gebundeld. Het titelverhaal van ‘Het wonderbaarlijke milligram’ bleek inderdaad zeer wonderbaarlijk, Arreola’s beroemde ‘De wisselwachter’ uitermate fantastisch en het stukje over Willem van Oranjes moordenaar Balthasar Gerards was verrassend leerzaam. Maar, bij nader inzien, grotendeels onjuist. Ook de andere verhalen zijn te typeren als surrealistisch, grenzeloos, eigenzinnig en origineel. Die stempels drukt men met gemak op Arreola’s tweede in het Nederlands vertaalde werk, de zeerkorteverhalenbundel ‘Bestiarium’. ‘Vrolijkstemmende nonsens,’ schreef Annelies Verbeke in het voorwoord. Maar ik werd er niet vrolijk van.

Arreola moest direct na de lagere school aan het werk in een boekbinderij. Zijn basisschoolleraar had hem liefde voor de letteren bijgebracht, maar leerde hem ook dat de wereld slechts uit twee typen mensen bestond: arbeiders en dichters. Arreola was verdoemd tot het eerste en oefende allerhande beroepen uit, maar kreeg in 1946 de kans om zich inhoudelijk met tekst te bemoeien; hij werd corrector. Indachtig zijn vader – ‘mislukt in alles, dus met een dichterziel,’ vertelde Arreola later – greep hij het auteurschap aarzelend doch krachtig aan. Twee decennia lang legde hij stevige grond voor alle Mexicaanse auteurs die na hem kwamen. Maar: ‘Ik heb niet voldoende tijd gehad om literatuur te beoefenen…’

Oké, zijn verhalen zijn dus geen literatuur. Wat zijn het dan wel? Als ik me comfortabel beperk tot Bestiarium, durf ik de omschrijving ‘wonderbaarlijke nonsens’ wel aan. De bundel bevat 23 korte schetsen van dieren die Arreola in de plaatselijke dierentuin tegenkwam. Hij dicht ze van alles toe op basis van het miserabele leven dat ze daar leiden; de neushoorn is een ‘melancholisch, roestig en onbehouwen atleet’, de roofvogels zijn ‘zwijgende broeders met tevergeefs groeiende slagveren’ en de hyena’s worden uitgemaakt voor ‘geestdriftige en lafhartige necrofielen’. Over de zeehond en het hert is hij positiever, maar dan is het lezersleed al geleden. De ongrijpbare woorden uit de proloog die Arreola’s vermenselijking van het gesloten dierenrijk voorspelden, hadden de lezer al moeten weerhouden om verder te lezen: ‘Bemin de vrouwelijke medemens aan je zijde, die […] gehuld in haar koeienpyjama onophoudelijk de taaie proppen van de huiselijke sleur begint te herkauwen.’ Tuurlijk, joh. Dan ga ik ondertussen op zoek naar een andere lekkernij, al dan niet literair.

Auteur: Juan José Arreola
Uitgever: Uitgeverij Oevers
Nederlands 1e druk
ISBN: 9789492068231
28 september 2018
Paperback 120 pagina’s

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *