Recensie ‘Een man met goede schoenen’ van Rob van Essen

Recensie ‘Een man met goede schoenen’ van Rob van Essen

Alledaagse situaties die ontsporen

Door Marjet Maks

Na het lezen van ‘De goede zoon’ was ik benieuwd naar de korte verhalen van Rob van Essen in ‘Een man met goede schoenen’. De bundel begint meteen goed met ‘In de Rijnstraat (bij de Albert Heijn)’ (een verwijzing naar ‘De goede zoon’?). De protagonist kijkt gedachteloos rond en ziet bij de volgende kassa iemand staan die verdacht veel op hem lijkt, alsof hij zichzelf op de schouder tikt. De man legt dezelfde aankopen op de band: ‘De boodschappen stonden zelfs min of meer in dezelfde volgorde. Een bakje blauwe bessen. … Een doosje brillendoekjes, niet de oranje, maar de blauw-witte, die beter zijn. En ik zag dat hij, net als ik, op het laatste moment nog een Bros-reep uit het snoepvak achter de band had gepakt en bij zijn boodschappen had gelegd.’ Een aansprekend begin want iedereen staat wel eens in gedachten bij de kassa naar een ander te kijken. Het verhaal is kort en er gebeurt verder niets, de mannen kijken elkaar aan, denken wellicht hetzelfde, maar spreken niet en gaan ieder zijns weegs. De protagonist ervaart de gebeurtenis alsof: ‘De wereld bestond uit twee helften die even langs elkaar waren geschuurd, zonder dat dat de bedoeling was geweest; dimensies waren doorbroken en tijd en ruimte hadden zich door een kleine onoplettendheid in de kaart laten kijken.

Dat is het knappe van de schijnbaar doodgewone verhalen van Van Essen, ze beginnen met herkenbare, alledaagse situaties. Als lezer ben je meteen betrokken, maar dan wordt subtiel de wissel verzet en het alledaagse ontspoort naar het onverwachte.

In ‘Scheer een zwerver’ verandert de herkenbare situatie naar een hilarische. Een vriendengroep neemt een dakloze zwerver, die een uur in de wind stinkt, mee naar huis. Ze zetten hem in bad en scheren hem; en ja, dan wat. De zwerver voelt zich wel thuis en blijft voorlopig in het appartement wonen.

In het wat langere verhaal ‘De therapeut’ waarin de protagonist door zijn therapeut naar zijn geboortedorp wordt gebracht om hem te confronteren met zijn jeugd, zijn ouders en schoolmaten die hem pestten en de tuinkabouter op de omslag verandert de situatie ook subtiel naar ongewoon. Op licht ironische toon haalt Van Essen maatschappelijk gedrag aan; wat doe je als bevoorrecht mens met een zwerver? Wat doet een bekrompen jeugd waarin je bent gepest met een mens?

De bundel is mooi in balans met afwisselend langere en kortere verhalen die bijna allemaal vanuit een ik-personage zijn geschreven wat doet vermoeden dat ze deels autobiografisch zijn. Een enkele keer komen dezelfde personages terug in verschillende verhalen, wat een prettig aha-effect oproept. In ‘Eindhoven’ en ‘Scipio’s zuster’ is dat Scipio, een studievriend van de protagonist. Samen liften ze naar Eindhoven, waar ze in de nacht worden opgepikt door een politieauto met twee agenten die tamelijk hilarisch over ‘Rituelen’ van Cees Nootenboom praten. Wat er die nacht met Scipio gebeurt blijft in het ongewisse. Al weten we het wel, zijn einde ligt in de titel verborgen en al in de eerste alinea wordt duidelijk dat Scipio dood is: ‘Later zal ik wel eens uitzoeken hoe dit verhaal past in de chronologie van de andere verhalen over Scipio, ik heb daar nu geen zin in, ik wil die verhalen er niet op naslaan, ik word daar droevig van omdat Scipio al zo lang dood is. Hij is langer dood dan hij heeft geleefd.’ Ook in ‘Scipio’s zuster’ blijkt dat de protagonist meerdere verhalen heeft geschreven over deze vriend. De schrijver is ontboden bij zijn zuster, ze wil weten waarom hij schreef wat hij schreef.

Het stel Axel en Miranda komt terug in de ‘De lastigste logé sinds tijden’ en ‘De vissen eten geven’ en in beide verhalen hebben ze een verrassende relatie met Erik. Erik de tijdreiziger en Erik de zoon.

‘De glazen kamer’ waarin een bezoek aan de koning en koningin uitmondt in een vreemde zoektocht naar een wc, vond ik een van de minste verhalen.
‘In de kelder van de Kruidenier’ leest als een droom en sprak me meer aan. Een vriendengroep fietst dagelijks 15 kilometer, in weer en wind heen en terug, naar school. Als het toch eens waar mocht zijn dat je twee uur tijd per dag kan winnen door via de kelder van de kruidenier de 15 kilometer in een paar minuten af te leggen… Helaas, de gewonnen tijd blijkt geen winst, eerder frustratie.

De meeste verhalen hebben nauwelijks een twist op het einde, meestal stoppen ze in media res en mag je het als lezer zelf afmaken, en dat is prima. ‘Het verschrikkelijke universum der vergevingsgezinden’ heeft echter een mooie twist. Fabian en een onbekende vrouw zijn allebei slachtoffer van een verkeersongeluk, ze zitten in een rolstoel en verblijven in een revalidatieoord. Fabian herkent in de vrouw de persoon die hem heeft aangereden. Het kost hem moeite maar hij probeert haar te vergeven. Als zij bezoek krijgt van een man in een leren jack, probeert hij hun gesprek af te luisteren en begrijpt hij hoe je dat doet: vergeven.

‘Het orakel van de buitenwijk’ met oom Evert en het [herkenbare] schuldgevoel van de protagonist vond ik het ontroerendste verhaal. De vrijgezelle oom – die ook zo graag had gestudeerd en weer jong wilde zijn en het gerook en gebral van zijn neefje en studentenvrienden accepteerde om er een beetje bij te horen – is sterk neergezet. De protagonist beseft pas jaren later als volwassene wat hij zijn oom heeft aangedaan en geeft daarmee oom Evert het laatste woord.

Het titelverhaal, ‘Een man met goede schoenen’ beschrijft de thematiek van de gehele bundel heel mooi. ‘Er kwam een man met goede schoenen onze straat in lopen. Ze waren van zwart leer en net gepoetst, het zonlicht weerspiegelde in de neuzen.’ Twee armelijke buren zitten voor hun huis te kijken, als de man met goede schoenen het huis aan de overkant binnengaat. Hij komt op zijn sokken zonder schoenen weer naar buiten. De buren wachten nu tot de overbuurman naar buiten komt op de goede schoenen, om hen de ogen uit te steken. Dat gebeurt niet, hij kijkt vanuit zijn raam op hen neer. Wat blijft hangen is de vraag wie sterker is. Wie troeft wie af? Aftroeven is de thematiek van deze verhalen. Of het nou oom Evert is, Scipio, de therapeut, de zoon Erik, de koning in ‘Het glazen huis’ of de zwerver in ‘Scheer een zwerver’; telkens is iemand de ander te slim af.

Auteur: Rob van Essen
Uitgever: Atlas Contact
Nederlands Paperback
ISBN: 9789025464127
Druk 1: oktober 2020
224 pagina’s

Geef als eerste een reactie

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*